Ontvangst in het Provinciehuis voorzitter PVR Ria Demmers
De dagvoorzitter Anneke Burghoorn Joan Ferrier Erna Hooghiemstra
notulisten tafel Brigite van Haaften GS lid Noord Brabant
koffie met.... lunchen en netwerken
Vilan van de Loo
Ook kunt U hier het verslag lezen!
Verslag van de Provinciale Vrouwendag, 17 November 2011
Economische zelfstandigheid
Dagvoorzitter Anneke Burghoorn heet 85 vrouwen hartelijk welkom op de vrouwendag van de Provinciale Vrouwenraad Noord-Brabant. Het thema voor dit jaar is economische zelfstandigheid.
Opening door Ria Demmers, voorzitter PVR Noord-Brabant
Ria Demmers heet iedereen hartelijk welkom en bedankt mevrouw Van Haaften en de Provincie Noord Brabant voor het gebruik van deze prachtige ruimte in het Provinciehuis.
Dit jaar is het thema van deze vrouwendag economische zelfstandigheid. Een actueel onderwerp gezien de financiële perikelen, die er spelen rondom Europa. De verwachting is dat de Nederlandse bevolking niet meer groeit na 2020 en dat er een personeelstekort komt op de arbeidsmarkt. Bedrijven zullen meer vrouwen in dienst willen nemen en ouderen langer in dienst houden. Hiervoor zal men de werkorganisaties moeten aanpassen en meer geschikt maken voor vrouwen en gemiddeld oudere werknemers
De Jaarvergadering van de Wereldbank in Washington, afgelopen september,had als centraal thema financiële ongelijkheid van mannen en vrouwen. Economisch wordt er wereldwijd veel geld verspild doordat vrouwen niet dezelfde mogelijkheden hebben als mannen. Vrouwen bewerken wel 45% van het landbouwareaal, maar bezitten er slechts 15% van. Vrouwen geven 80% van hun inkomen uit aan het gezin en mannen maar 40%.
De tweede feministische golf heeft succesvol gestreden voor recht op werk voor vrouwen. Er wordt wel beweerd dat vrouwen de lat te laag leggen als het om hun loopbaan gaat en dat ze geen ambitie hebben. Maar is dat ook zo?De arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland is de hoogste van Europa. Gemiddeld. wordt per gezin ongeveer 60 uur buitenshuis gewerkt. Keuze voor deeltijd werk is vaak meer een keuze voor welzijn, dan een kwestie van gebrek aan ambitie. Vanuit het perspectief van de broodnodige economische zelfstandigheid is het de vraag of deze keuze wel de juiste is.
De inleiders zullen dit actuele thema verder belichten.
De voorzitter wenst iedereen een interessante vrouwendag.
Inleiding door Brigite van Haaften, gedeputeerde Provincie Noord-Brabant
Mevrouw Haaften heet iedereen hartelijk welkom.
Ze stelt vast dat de wereld - en ook onze nabije omgeving- in hoog tempo verandert. Wat gisteren nog zeker leek, is vandaag alweer passé. Daar hebben we allemaal mee te maken. Het is essentieel hoe wij als samenleving reageren op die veranderingen. Op de juiste manier omgaan met de kansen en bedreigingen die op ons afkomen, dát is waar het om gaat. En daar spelen mannen én vrouwen een belangrijke rol in.
Vandaag houdt de Provinciale Vrouwenraad Noord-Brabant een provinciale vrouwendag. In deze wereld in verandering - of misschien zelfs wel deze wereld in verwarring- is het thema ‘Economische zelfstandigheid’ prima gekozen. Juist nu. Want als niemand zeker is van een baan, en zelfs de zekerheid van een goed pensioen er niet meer automatisch is, neemt de behoefte aan een zelfstandige positie, aan economische zelfstandigheid, juist toe. En daar wil ze aan toevoegen: een zelfstandige persoonlijkheid is daarbij noodzakelijk. Steeds meer komt het besef, dat het noodzakelijk is dat je stevig in je schoenen staat, dat je weet wat je wilt en wat je voor een ander kunt betekenen. Je bent wat je hebt, je bent wat je weet en je bent wat je deelt!
Voorwaarden voor een zelfstandige persoonlijkheid
In de Emancipatiemonitor 2010 van het Sociaal-Cultureel Planbureau staat dat het emancipatieproces zich langzaam blijft ontwikkelen, en dat de meeste streefcijfers nog niet zijn gehaald. Alleen het Europese streefcijfer voor de arbeidsdeelname van vrouwen (60%) en het Nederlandse streefcijfer voor vrouwen in de ambtelijke top (25% in 2011) zijn wel gerealiseerd. Volgens recente CBS-cijfers werkt in Brabant 60% van de vrouwen en 75% van de mannen. Omdat veel Brabantse vrouwen in deeltijd werken, maken zij onvoldoende uren om financieel zelfstandig te kunnen zijn.
Er is echter ook goed nieuws. Want in het onderwijs doen meisjes het beter dan jongens. Ook allochtone meisjes presteren beter. En in het hoger onderwijs bestaat meer dan de helft van de studenten uit vrouwen. In de medische studies zie je dat heel duidelijk. Waar in sommige studies vroeger 90 procent mannen afstudeerden en 10 procent vrouwen, is dat nu soms omgedraaid. Ook dichter bij huis gaat het goed: na de provinciale verkiezingen in maart dit jaar is in Noord-Brabant 42% van de Statenleden vrouw. Wij zijn samen met Noord-Holland koploper in ons land. Tegelijkertijd constateert ze ook, dat zij de enige vrouw in Gedeputeerde Staten is .
De PVR U schrijft in haar meerjaren beleidsplan: De Provinciale Vrouwenraad ziet nog vele uitdagingen. U wilt vooral het thema economische zelfstandigheid op de agenda houden. En u stelt vast dat u daar bondgenoten bij nodig hebt.
De rol van de Provincie
In de Agenda van Brabant legt de provincie de nadruk op signaleren, agenderen en verbinden. We proberen telkens allianties en nieuwe samenwerkingsverbanden te vinden, samenwerking te bewerkstelligen tussen partijen die elkaar eerst niet automatisch vonden. Een voorbeeld: Ter bestrijding van de jeugdwerkloosheid werken een aantal relevante partners in het veld samen in Pact Brabant, een initiatief van de provincie. Dat heeft geleid tot het Brabants Arbeidsmarktakkoord. Het voorbeeld van een nieuwe alliantie, die werkt. In onze netwerksamenleving gaat het erom van elkaar te leren en vooral ook mee te bewegen met ontwikkelingen. Daar zijn we in Brabant goed in. Van dat aanpassings- en leervermogen moeten we het de komende jaren ook hebben.
Prof. Hans Boutelier,directeur van het Verwey-Jonker Instituut, schreef over netwerken en afstemmen in zijn boek ‘De Improvisatiemaatschappij’: “Bij afstemmen gaat het niet om de behoefte van mijn organisatie, dat ik wil weten wat jij aan het doen bent. Nee, ik wil afstemmen en samenwerken, omdat ik wil weten hoe ik aan jou kan bijdragen. Zo ontstaan bondgenoten die elkaar iets te vertellen hebben en elkaars meerwaarde benutten.”
Het is geweldig dat de Provinciale Vrouwenraad blijft zoeken naar verbindingen, juist ook om jongere vrouwen te binden. Want voor hen bekent het meedoen in een vrouwenorganisatie een maatschappelijke leerstoel en een uitbreiding van het eigen netwerk.
Wij hebben ons eeuwenlang uitstekend aangepast aan veranderende en moeilijke omstandigheden. En we hebben als Brabanders een groot leervermogen dat ons gebracht heeft waar we nu zijn. Laten we dat vasthouden. Ik reken op u, op de kracht van al die Brabantse vrouwen. Want samen kunnen we het verschil maken, in die veranderende samenleving. De gastsprekers die volgen gaan u vast ook inspireren om dat te doen. Ik wens u dan ook een prettige en leerzame bijeenkomst.
“Economische zelfstandigheid voorbij” door Erna Hooghiemstra
directeur PON, Kennisinstituut op het sociaal-culturele domein
Mevrouw Hooghiemstra is zeer verheugd een inleiding te houden over dit onderwerp wat haar na aan het hart ligt. Tijdens haar vorige werk bij het Sociaal Cultureel Planbureau was zij dagelijks bezig met onderzoek over vrouwen en economische zelfstandigheid. Ook toen al riep het de nodige vragen bij haar op. De kracht van vrouwen is te lang onderbelicht gebleven. Maar is economische zelfstandigheid als norm wel wat we willen?
Van economische zelfstandigheid naar maatschappelijke veerkracht
Mevrouw Hooghiemstra pleit voor maatschappelijke veerkracht. Als je economische zelfstandigheid als enige doel stelt ga je voorbij aan verbondenheid en andere verantwoordelijkheden dan werk. Ook vertrek je dan niet vanuit maatschappelijk belang.
Om economische zelfstandigheid te bereiken kan een hoog opgeleide vrouw wel in deeltijd werken, maar een laag opgeleide vrouw niet. Vrouwen met kinderen zouden, om economisch zelfstandig te zijn, meer moeten werken dan noodzakelijk is voor het gezinsinkomen.
Potentiële economische zelfstandigheid zou een beter alternatief doel zijn. Hiermee wordt bedoeld dat je economisch zelfstandig kunt worden als dit door omstandigheden wenselijk is. Zorg er bijvoorbeeld voor dat je blijft werken en het opleidingsniveau bijhoudt, zodat je bij een eventuele scheiding in je eigen levensonderhoud kunt voorzien door meer uren te werken.
Voor een alleenwonende vrouw is economische zelfstandigheid bittere noodzaak. Voor iemand die samenwoont met een partner en geen kinderen heeft is het verstandig economisch zelfstandig te zijn zodat je bij scheiding niet in de problemen komt. Aangezien er geen kinderen zijn waarvoor gezorgd moet worden, zou een full time baan geen probleem mogen zijn. Anders wordt het in een gezinssituatie met kinderen. Dan geldt volgens mevrouw Hooghiemstra de potentiële individuele economische zelfstandigheid:
Werk en zorg zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Bij beslissingen over de verdeling van werk en zorg moet je die potentiële economische zelfstandigheid in het oog houden. Als de vrouw stopt met werken wordt het moeilijk om straks als de kinderen groot zijn weer aan het arbeidsproces deel te nemen.
Naar een alternatief
Als alternatief voor economische zelfstandigheid pleit mevrouw Hooghiemstra voor:
· Optimaal benutten van talenten
· Maximale veerkracht.
Dat is beter voor de persoonlijke ontwikkeling, voor de directe omgeving en voor de maatschappelijke ontwikkeling. Hierbij moet rekening gehouden worden met talenten, actuele leefsituatie en veranderingen in die leefsituatie.
Vrouwenpower in Brabant
In de “Agenda van Brabant”, het meerjarenbeleidsplan van de provincie Noord Brabant, staat eigenlijk niets over vrouwen. Er staat wel iets in over sociale verbintenissen en economische vooruitgang. Daarin kunnen vrouwen een grote rol spelen:
· In economische zin kan de veerkracht van vrouwen ingezet worden als er meer werk nodig is. Er is nog een onbenut potentieel van jonge hoog opgeleide vrouwen en vrouwen met kinderen.
· In sociale zin zijn vrouwen vaak de “linking pin”
Wat kan Brabant vrouwen bieden?
· Jonge hoger opgeleide vrouwen trekken vaak uit Brabant weg naar de Randstad. Zorg dat Brabant aantrekkelijk blijft. Zoek naar uniqueselling points voor Brabant als aantrekkelijke vestigingsplaats
· Zorg voor een aantrekkelijke werkomgeving met oog voor vrouwelijk aanstormend talent.
· Sta open voor allochtone pas afgestudeerde vrouwen.
· Biedt vrouwen met jonge kinderen een perspectief dat ze niet kunnen weigeren. Kietel hun ambities.
· Stimuleer meer werken in de zorgsector.
Als we kijken naar de cijfers over vrouwen in Brabant zie je niet zoveel verschil met de rest van Nederland:
Brabant Nederland
Gemiddeld inkomen 23.000 25.000
Netto arbeidsparticipatie 60% 60%
Aandeel vrouwen onder werkenden 44% 44%
Aantal kleine deeltijders 19% 18%
Aantal deeltijders totaal 72% 70%
vrouwelijke raadsleden 26% (middenmoot)
vrouwelijke burgemeesters 26% (hoog: plaats 3)
vrouwelijke wethouders 15% (laagste regionen)
“Economische Zelfstandigheid” door Joan Ferrier
Directeur E-Quality, Kenniscentrum voor emancipatie, gezin en diversiteit
Al sinds de jaren 80 is economische zelfstandigheid een belangrijke doelstelling van het emancipatiebeleid. Financiële afhankelijkheid maakt vrouwen immers kwetsbaar.
Andere doelstellingen van het emancipatiebeleid zijn dat vrouwen zeggenschap moeten hebben over hun eigen leven en lichaam en dat ze keuzes kunnen maken en daarvan de consequenties overzien. Dan is het daarbij wel handig als je financieel zelfstandig bent. Dat hoor ik ook van veel vrouwen. Ze vinden het prettig om zelf te bepalen wat ze met hun eigen geld doen.
In 2009 werkte 64% van de vrouwen tussen de 20-64 jaar (mannen 76%).In 2006 was het nog maar 59%, dus er is een sterke toename van de arbeidsparticipatie van vrouwen te zien. Na Denemarken en Zweden heeft Nederland hiermee de hoogste arbeidsparticipatie van vrouwen in Europa. Maar in Nederland werken vrouwen gemiddeld weinig uren per week en dat maakt ons deeltijdkampioen. In 2009 werkten vrouwen gemiddeld 25 uur per week. Mannen 37 uur per week.
Als we kijken naar etniciteit zien we dat de arbeidsdeelname in 2009 van vrouwen van Surinaamse afkomst 64% is, dus gelijk aan autochtone vrouwen. Turkse en Marokkaanse vrouwen hebben een lagere arbeidsparticipatie van respectievelijk 42% en 39%.
Wel zien we dat werkende vrouwen van niet-westerse herkomst vaker een volledige baan hebben dan autochtone vrouwen. Zo had in 2009 39% van de Surinaamse vrouwen een full time baan tegenover 24% van de autochtone vrouwen.
Definitie economische zelfstandigheid
“Iemand is economische zelfstandig wanneer zijn of haar inkomsten uit arbeid of eigen onderneming meer dan 70% van het nettominimumloon bedragen. Dit is het bijstandsniveau van een alleenstaande.”
Mevrouw Ferrier vindt dat er een minimale invulling aan economische zelfstandigheid gegeven wordt, het gaat immers over een kleine € 900 per maand.
Onderzoek
In opdracht van Delta Lloyd heft E-Quality een onderzoek gedaan naar de kenmerken van de financieel kwetsbare vrouwen. In een animatiefilmpje komen deze kenmerken aan de orde en wordt het duidelijk dat er een grote diversiteit is aan financieel kwetsbare vrouwen. Mevrouw Ferrier gaat hier in haar lezing verder op in:
In Nederland zijn 3 miljoen vrouwen die niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Toch zijn weinig vrouwen zich ervan bewust hoe financieel kwetsbaar ze zijn. Misschien is dat ook niet zo verwonderlijk als we bedenken dat vrouwen 50 jaar geleden wettelijk nog de handtekening van hun echtgenoot of vader nodig hadden bij het nemen van financiële beslissingen.
Economische niet-zelfstandige vrouwen:
· Vrouwen die geen eigen inkomen hebben en voor hun inkomen afhankelijk zijn van iemand anders.
o 800 duizend vrouwen
o Merendeel getrouwde vrouwen 55-plus
o Ook jongere moeders en jonge ‘nuggers’
· Vrouwen die voor hun inkomen afhankelijk zijn van een uitkering, zoals bijstands- of werkloosheidsuitkering.
o 1,1 miljoen vrouwen
o Vooral alleenstaande vrouwen en moeders met een bijstandsuitkering
o Ook vrouwen met partneralimentatie
· Vrouwen die werken, maar hiermee te weinig verdienen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien (< 900 euro per maand)
o Bijna 1 op de 3 werkende vrouwen niet economisch zelfstandig
o vanaf 30e vooral deeltijdbaan
o ook vrouwen zonder kleine kinderen werken in deeltijd
Levensgebeurtenissen
Economisch niet zelfstandige vrouwen zijn kwetsbaar voor levensgebeurtenissen zoals scheiding, overlijden partner, werkloos- of arbeidsongeschiktheid en pensionering.
· Echtscheiding
Bij een echtscheiding gaat een vrouw er gemiddeld 23 procent op achteruit (een man gaat er gemiddeld 7 procent op vooruit). Hierdoor komen vrouwen en moeders zonder werk vaak op bijstandsniveau terecht.
· Overlijden
Bij het overlijden van een partner daalt het besteedbaar huishoudinkomen van vrouwen gemiddeld met 25 procent. Bij mannen is dat 13%.
· Werkloosheid of arbeidsongeschiktheid
De hoogte en lengte van een werkloosheids- of arbeidsongeschiktheidsuitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden. Vrouwen werken vaker dan mannen in deeltijd, hebben gemiddeld een lager uurloon en stoppen vaker (tijdelijk) met werken. Hierdoor moeten vrouwen vaker dan mannen van een lage uitkering rondkomen. Vrouwen die als zelfstandige werken, lopen daarnaast vaker een groot financieel risico. Zij sluiten vaak geen arbeidsongeschiktheidsverzekering af (vanwege de hoge kosten). De financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid kunnen in dat geval zeer groot zijn.
· Pensionering
De lagere arbeidsparticipatie en het gemiddeld lagere uurloon van vrouwen heeft ook financiële consequenties voor de pensioenopbouw. Op 40- tot 45-jarige leeftijd hebben vrouwen minder dan de helft van het pensioen van mannen opgebouwd. Zij zijn na hun 65e vaker aangewezen op enkel een AOW-uitkering. Migrantenvrouwen (en mannen) die minder dan vijftig jaar in Nederland hebben gewoond, krijgen daarnaast te maken met een AOW-gat.
Financiële competenties
Goede financiële competenties zorgen ervoor dat iemand minder financiële
problemen kent en financiële tegenslagen beter op kan vangen. Vrouwen die
niet economisch zelfstandig zijn en ook weinig financiële competenties
hebben zijn financieel het meest kwetsbaar.
Risicogroepen:
· Jonge vrouwen onder de 35 jaar
· Oudere vrouwen 55-plus
· Vrouwen uit etnische minderheden
· Alleenstaande vrouwen
Er zijn dus grote verschillen. Allerlei vrouwen zijn financieel kwetsbaar. De ondersteuning vraagt dan ook om een gedifferentieerde aanpak:
Op individueel niveau
· Een opleiding en het participeren op de arbeidsmarkt.
· Het maken van bewuste en geïnformeerde keuzes.
· Bewustwording van het belang van financiële zelfredzaamheid.
· Vergoten van financiële kennis en vaardigheden.
Op beleidsniveau
· Bewustwording van het belang van financiële zelfredzaamheid van vrouwen bij politici en beleidsmakers.
· Hier rekening mee houden in wet en regelgeving.
Voor meer informatie en bestellen van het onderzoeksrapport kunt u terecht op www.e-quality.nl
Vragen naar aanleiding van de presentaties
Vraag: Waarom is er voor vrouwen (en kwetsbare) mannen geen basissalaris?. Daarmee zou er waardering komen voor werk in de huishouding, zorg en opvoeding van kinderen, mantelzorg en al dat andere belangrijke werk. In de discussie over vrouwenemancipatie is er teveel aandacht voor vrouwen aan de top. We moeten echter laag geschoold werk niet vergeten. Dat is heel belangrijk, maar krijgt veel te weinig waardering.
Joan Ferrier geeft aan dat er voor een basisinkomen nooit politiek draagvlak is geweest. Zeker nu niet met de recessie en de vergrijzing. De politiek houdt nu juist een pleidooi om meer vrouwen de arbeidsmarkt op te krijgen. Door de bezuinigingen op de kinderopvang loopt Den Haag wel het risico dat vrouwen zullen stoppen met werken of minder gaan werken.
Vraag: Waarom wil men dat vrouwen pas op latere leeftijd kinderen krijgen?
Joan Ferrier: Het is biologisch gezien veel beter als vrouwen jong kinderen krijgen. Helaas is de maatschappij er niet voldoende op ingericht dat ambitieuze vrouwen het hebben van kinderen combineren met studie en een voltijds baan. Daarom willen deze vrouwen eerst hun carrière op de rails hebben voor ze aan kinderen beginnen.
Vraag: Het grote verschil tussen laag en hoog opgeleiden lijkt me niet goed.
Erna Hooghiemstra: Dat is een goed punt. Het is echter wel een grote verworvenheid dat vrouwen een goede opleiding kunnen krijgen. Helaas is dat niet voor iedereen weggelegd. Er zou dus meer ingezet moeten worden op de maximale benutting van talenten. Dat dit niet evenredig in geld gewaardeerd wordt is een lastig verhaal wat we hier niet kunnen oplossen.
Vraag: Wat kunnen we doen om de economische zelfstandigheid van vrouwen te verbeteren?
Erna Hooghiemstra: Aan de ene kant oplossingen in de beleidssfeer. Bijvoorbeeld het geschikt maken van de omgeving voor werkende vrouwen, door openingstijden te laten aansluiten op werktijden, voldoende kinderopvang etcetera. Maar we kunnen zelf ook heel veel. We moeten met z’n allen de juiste cultuur creëren en vooroordelen wegnemen. Als vrouwenorganisatie kun je dingen bespreekbaar maken. Vrouwen hebben stimulansen uit eigen omgeving nodig.
Joan Ferrier: Je kunt financiële informatie geven. Zelf kun je ook een voorbeeldfunctie hebben in de opvoeding.
Vraag: Wij moeten ook op de hoogte zijn van de jongere generatie. Hoe staan jongeren ten aanzien van werk, delen van zorg en maatschappelijke inzet?
Erna Hooghiemstra: Jongeren zijn vooral bezig met hun eigen ontwikkeling, maar dat is meestal een tijdelijke fase. Als ze kinderen krijgen verandert er veel. Uit PON onderzoek blijkt dat jongeren zich wel degelijk inzetten voor de samenleving. In de media wordt dit vaak negatiever voorgesteld dan het is.
“De tweede feministische golf in Nederland” door Vilan van de Loo
De dagvoorzitter introduceert mevrouw van de Loo met een citaat dat ze aantrof op de website van de spreekster: “Groots en meeslepend wil ik leven, maar eerst moet de afwas gedaan worden.”
Vilan van de Loo is schrijfster van het boek “De vrouw beslist” over de tweede feministische golf in Nederland. Ze is geschokt over de cijfers die ze van de vorige spreeksters gehoord heeft. Zelf schrijft ze bij voorkeur over de geschiedenis van vrouwen. En dat heeft een risico. Ze noemen haar een feministe en daar blijken veel vooroordelen over te bestaan. Regelmatig wordt ze gevraagd of ze mannen haat. Als je voor vrouwen bent wil dat nog niet zeggen dat je tegen mannen bent. Als je voor poezen bent kun je ook van honden houden.
Ze wil het vandaag hebben over de tweede feministische golf. Over de goede kanten daarvan en over het optimisme van vrouwen. Als je één vrouw hebt met een goed idee kan er iets heel moois ontstaan. Als deze vrouw een vriendin meeneemt en die heeft weer haar eigen aanhang, dan heb je zo een groepje bij elkaar dat het idee vorm kan geven. Tijdens de tweede feministische golf hadden de vrouwen het heel druk met werk en gezin, maar ze deden veel voor de vrouwenbeweging. En dat in een tijd dat ze nog niet voorzien waren van gemakken als de mobiele telefoon of internet.
De eerste golf
Voor de tweede golf was er natuurlijk een eerste feministische golf. Deze vond plaats rond de eeuwwisseling naar de twintigste eeuw. Grote veranderingen beginnen vaak met één vrouw.
Dr. Aletta Jacobs.
Ze streed voor het kiesrecht voor vrouwen; het recht om te stemmen en het recht om verkozen te worden. Ze was vaak de enige vrouw in mannengezelschappen en ze namen haar niet serieus. Haar vragen werden vaak als grapje afgedaan. Toch wist ze te bereiken dat er in 1918 passief kierrecht kwam voor vrouwen. Dus dat vrouwen verkozen konden worden. De eerste vrouw die in de regering kwam was Suze Groeneweg. In 1919 kwam er het actieve kiesrecht. Vrouwen mochten vanaf toen ook gaan stemmen.
Marie Jungius.
Ze heeft veel gedaan voor de werkende vrouw. Vroeger was het in de hogere en midden klasse een schande als vrouwen werkten. En dat in een tijd dat Wilhelmina koningin was. Dat kon dan weer wel. Marie Jungius streed voor het recht van elke vrouw om betaalde arbeid te verrichten. Zij organiseerde de spraakmakende Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid. Hier werd ook werk vertoont van Arbeid Adelt, een organisatie die zich al sinds 1871 inzet voor het bevorderen van economische zelfstandigheid van vrouwen.
Corry Tendeloo
Juriste en tweede kamerlid. Zorgde ervoor dat ook gehuwde vrouwen mochten werken. In 1955 werd de motie Tenderloo aangenomen.
De tweede golf
Het begin van de tweede golf ligt bij Dolle Mina. Deze actiegroep bracht op een leuke en humoristische wijze gelijke rechten voor mannen en vrouwen aan de orde. Ze wisten uitstekend hoe ze de media konden bespelen en inzetten voor hun doelstellingen. Hun acties kregen dan ook veel bekendheid. Denk aan de bezetting van Nyenrode, omdat vrouwen daar niet mochten studeren.
Uit Dolle Mina kwamen nieuwe actiegroepen voort zoals Wij vrouwen eisen en Baas in eigen buik. Wij vrouwen eisen kwam bijvoorbeeld op voor gratis kinderopvang. Baas in eigen buik wilde dat vrouwen over hun eigen lichaam konden beschikken en niet de arts, zoals dat in die tijd gebruikelijk was.
Tegelijk met Dolle Mina werd Man Vrouw Maatschappij opgericht. Hun doel was om gelijke ontplooiingskansen voor mannen en vrouwen in de maatschappij te bevorderen. “Marie, word wijzer”, was een van hun acties waarmee ze meisjes en vrouwen aanspoorden om zo lang mogelijk door te leren. Grondlegster van MVM was Joke Kool Smit. Zij werd landelijk bekend door haar artikel in het toonaangevende maandblad De Gids: “Het onbehagen bij de vrouw” In die tijd werd nog van vrouwen verwacht dat ze thuis bleven als ze trouwden. Zij wisten niet beter of dat hoorde zo, maar tegelijkertijd voelden ze dat er iets niet klopte en dat ze hun talenten niet in konden zetten. Het onbehagen bij de vrouw sprak dan ook heel veel vrouwen aan. Zij lazen het artikel als een stuk dat over henzelf ging.
Tijdens de tweede feministische golf gebeurde er ontzettend veel. Er kwamen vrouwenpraatgroepen, de Stichting Ombudsvrouw werd opgezet, VIDO ontstond, OPZIJ kwam in 1972 met haar eerste nummer en ga zo maar door. Ook lesbische vrouwen organiseerde zich. De actieve vrouwen van de tweede golf lieten duidelijk zien over veel kwaliteiten te beschikken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel van hen belangrijke functies aan universiteiten hebben gekregen.
Ondanks de bescheiden doelstelling van de vrouwenbeweging, ze wilden alleen gelijke kansen, kwam er veel kritiek van de gevestigde samenleving en moesten de feministen zich blijven verdedigen.Een veel radicalere aanpak zien we bij SCUM, een organisatie in de Verenigde Staten, waarvan de initialen stonden voor: Society forcutting up men!
Kritiek uit onverwachte hoek kwam er van de zwarte vrouwen, die vonden dat de vrouwenbeweging eigenlijk alleen over witte vrouwen ging. Een van de eerste zwarte vrouwen organisaties was Sister Outsider. Gloria Wekker is sinds 2001 hoogleraar gender en etniciteit aan de universiteit van Utrecht.
Vilan van de Loo zegt dat met het schrijven van het boek een fantastische wereld voor haar is opengegaan en dat ze nu beseft dat één vrouw veel kan bereiken. Vaderlandse geschiedenis is dan ook een verkeerde benaming.
Afsluiting
Onder het genot van een lunch hebben de aanwezige vrouwen nog lang nagepraat over de lezingen. Een grote groep heeft ook deelgenomen aan de rondleiding die de Provinciale Vrouwenraad voor hen georganiseerd had. Onder begeleiding van een deskundige gids bezochten ze de bijzondere kunstcollectie in het Provinciehuis.